Water tegen het achterwerk

Binnenkort viert ze alweer haar derde verjaardag, maar ze heeft nog steeds een enorme afkeer van water tegen haar achterwerk. Als ze kalm een vennetje in wandelt dan zorgt ze ervoor dat haar derrière de hoogte in blijft steken. Een natte kont kan ze niet verdragen. Ook honden hebben zo hun eigenaardigheden.
Die rare gewoonte van Yessie was altijd koddig om te zien, maar het laatste half jaar begint het wrevel op te wekken. Het is al sinds oktober hondenweer. Het regent, het regent en de pannetjes blijven nat. De grasvelden zijn zwembaden, omdat al het water geen kans krijgt om de grond nog in te trekken.

Het was een verademing dat het eindelijk een paar dagen droog was. Tot afgelopen maandag. De regen bleef weer aan één stuk door naar beneden kletteren. Op zo’n dag gaat Yessie het ons weer lastig maken met haar pronte achterwerk. Ze wenst dat deel van haar elegante lijf kurkdroog te houden.
Het park was vroeg in de morgen al kletsnat. Tegen haar zin perste Yessie er in een sneltreinvaart een minuscuul plasje uit. Ze was er klaar mee en leek te willen zeggen: ‘getver, alles onder mijn staart is zeiknat geworden. Ik weiger om ook nog eens te gaan te poepen.’

Die redenatie van haar is bijzonder, omdat teefjes bij het doen van een grote boodschap hoger kunnen blijven zitten. Maar ja, wie ben ik om de gedachtegang van een vrouwelijke Schotse herdershond te kunnen volgen. Om elf uur was het nog een stukje harder gaan regenen. Drijfnat kwamen we samen terug uit het park. Het poepen was opnieuw geen succes geworden. Om half twee van hetzelfde laken een pak, ondanks Yessie’s gedrentel om ergens een droog plekje te vinden. Tegen vijf uur herhaalde alles zich nog een keer. Er was in huis geen droge handdoek meer te vinden. Ook geen droge jas trouwens.

Mijn vrouw liet Yessie om zeven uur ’s avonds nog een keer uit. ‘Twee poepbuiltjes vol’, riep ze enthousiast toen ze samen natgeregend weer thuiskwamen. Ik verscheurde de brief die ik aan het KNMI geschreven had. Ik had erin gezet dat ik helemaal klaar was met die ellendige regen. Op tijd realiseerde ik me dat die club, honderdzeventig jaar geleden opgericht door Buys Ballot, daar ook maar bar weinig aan kon doen.

Yessie kroop gepikeerd in haar mand, omdat de drang tot ontlasten groter was geweest dan haar wens om haar onderkant droog te houden. Twee minuten later was ze haar frustratie, zoals het een hond eigen is, weer vergeten en kwam ze kwispelend van haar plek vandaan. Ze dropte haar favoriete stoffen beest voor mijn voeten en maande me om met haar te spelen.
‘Kijk’, zei ik bestraffend, ‘die dolfijn van je doet nooit moeilijk over een beetje water tegen zijn achterwerk.’
Yessie hield haar kop schuin, keek me intens aan en likte toen zachtjes over mijn hand. Ze weet donders goed hoe ze me in moet palmen.