koffie

Van veel koffie word je lelijk

Ik heb eens wat zitten rekenen. In een beetje olympisch zwembad gaat al gauw tweeënhalf miljoen liter water. In mijn leven moet ik zo’n anderhalf procent van die hoeveelheid aan koffie naar binnen hebben gegoten. Een kleine veertigduizend liter.

Nadat ik ‘s morgens een zo miniem mogelijke hoeveelheid water over mijn ranke lijf heb gesproeid, vlieg ik naar beneden om mijn rechterwijsvinger tegen het knopje van de Senseomachine te hengsten. Een minuutje later begin ik dan tot leven te komen.
Op mijn werk aangekomen, krijg ik allereerst het koffieapparaat in zicht. Voor ik mijn computer goed en wel heb opgestart, ben ik drie koppen verder. En zo wurm ik me met liters koffie door de dag.
Als ik ‘s avonds thuiskom, drink ik eerst een Senseo om bij te komen, kruip achter mijn computer en neem er nog een. Na het eten pruttelt het koffiemachientje weer vrolijk en heb ik samen met mijn vrouw al voorpret van hetgeen er aan zit te komen. Na het gezamenlijke kopje ruim ik op, zet voor mezelf de zoveelste en ga lezen of schrijven. Tegen elf uur ben ik vier koffie verder en klaarwakker. Het is dan precies bedtijd.
Zo relaxed ging het tot voor drie maanden geleden.

Ik benaderde de twee vrouwelijke collega’s van achteren. Ze stonden bij het koffieapparaat op mijn werk te kletsen. Ik was dringend toe aan het achtste bakje van de dag.
‘Van veel koffie drinken, word je lelijk’, hoorde ik de ene zeggen.
‘Ach, hou op’, zei de tweede. ‘Ik ken voorbeelden….’
Omdat ze iemand – en die iemand was ik – hoorden slikken, draaiden ze zich om en zagen mij intens droevig kijken. Kletsmajoor nummer twee liet zich daardoor niet ontmoedigen en trof me pijnlijk vol in het hart.
‘Daar heb je een illustratie’, zei ze.

Ik heb zonder dralen een mooie, nieuwe mok gekocht. Na de middagpauze vul ik die vijf keer met heet water. De theezakjes liggen in mijn la. Groene thee. Iets gezonders kon ik niet vinden, maar lekker is anders. ‘s Avonds heb ik dan wel weer een flinke stoot cafeïne nodig. Ik houd het dan, met enorme discipline, bij twee kopjes. De rest van de avond is het weer thee geblazen. Ook thuis is die groen. Groen met precies dezelfde smerige smaak als op mijn werk. Ondanks die zelfkastijding kan ik niet zeggen dat ik er al veel knapper op geworden ben.

Het bleek de verjaardag van kletsmajoor nummer twee te zijn. Ik wist te achterhalen dat ze negenendertig was geworden. Ik liep met gemaakte vrolijkheid het kantoor binnen waar ze een werkplek had en feliciteerde haar met goed gecamoufleerde tegenzin.
“Hoe jong ben je nu geworden?’, vroeg ik poeslief.
‘Raad eens’, zei ze. Ze wreef sensueel een blonde lok voor haar gezicht weg.
‘Nou, je ziet er nog hartstikke goed uit, dus veel ouder dan zesenveertig zal het niet zijn.’

   Om verder te lezen

21 gedachten over “Van veel koffie word je lelijk”

  1. Of ik knap of lelijk ben laat ik graag aan de smaak van de waarnemer over. Liters sterke, zwarte koffie drink ik op een dag. Van een grote hoeveelheid cafeïne word ik echt een stuk gezelliger en vriendelijker. Uiteindelijk is het toch veel belangrijker om mooi van binnen dan van buiten te zijn. ?

  2. Groot gelijk. Kletsmajoors en betweters zijn een crime, op het werk (daarbuiten trouwens ook). Lekker drinken wat je fijn vindt.

  3. Ik mag dan lelijk zijn, ik heb wel een hele mooie koffiemachine: een volautomatische Siemens espresso-apparaat met ingebouwde molen met keramische schijven (verbrandt de koffie niet tijdens het malen) en drink ongeveer 5 dubbele espresso’s (zwart: geen melk en suiker) per dag. Ik steek een virtuele middelvinger op naar genoemde dame en vind dat je haar goed hebt aangepakt. Namens alle koffieleuten bedankt.

Reageren? Graag!