Vakmannen

We hebben een riedeltje vakmannen over de vloer gehad, omdat ik vanwege mijn twee linkerhanden geen enkel gereedschap ter hand kan nemen zonder ongelukken te maken.

We troffen het achtereenvolgens met de bovenkozijnenschilder, de plintenaandemuurschroever, de trapbedekkingverwijderaar, de gordijnenophanger en de trapbekledinglegger. Vijf aardige vakmannen.

Het is voor mij altijd opletten als we professionals over de vloer hebben. Met mijn ontbrekende kennis van vakwerk probeer ik mijn mond maar zo goed en kwaad als het kan te houden en steeds begrijpend te knikken. Soms moet ik antwoord geven.

De trapbekledinglegger bleek humor te hebben, maar ik had het niet door.
‘Welke kant wil je boven hebben?’
‘Dat maakt mij niet zoveel uit.’

‘Hebben jullie toevallig een trap?’, vroeg de gordijnenophanger.
‘Zeker,’ zei ik, ‘want ik zou niet weten hoe we anders op de bovenverdieping moeten komen.’

De bovenkozijnenschilder gaf te kennen eerst wat te moeten bijwerken voordat hij kon gaan schilderen. Na een tijdje kwam hij naar beneden.
‘Hebben jullie pleisters?’
‘Kun je gewoon niet wat vulmiddel voor de reparatie gebruiken?’, vroeg ik.
Hij liet me het sneetje in zijn vinger zien.

Gelukkig zit het er allemaal weer op, want Ik vind werken met vakmannen – ook al zijn ze aardig en hebben ze humor – best vermoeiend.