Terug naar de kust

Na een zware werkdag, met als climax het huiswaarts stampen op mijn fiets, plof ik uitgeput op de bank neer. Blij dat ik het weer gered heb.
Mijn vrouw heeft nogal wat affiniteit met het tv-spektakel Tijd voor MAX.
Bij thuiskomst kijk ik zoals gebruikelijk dus weer tegen de hoofden van de twee presentatoren aan waarvan ik de namen met de beste wil van de wereld nog steeds niet op kan hoesten.
Ik heb net mijn pijnlijke voeten uit mijn schoenen bevrijd als mijn vrouw vanuit de keuken hartstochtelijk roept: “kijken hoor, het gaat over Texel.”
Direct schud ik alle vermoeidheid van me af en ben ik één brok alertheid.

Ik ben door mijn ouders dan wel op Brabantse zandgrond in elkaar gezet maar in een vorig leven moet ik gegarandeerd een zeehond zijn geweest. Als een magneet trekt de Texelse kust aan me. Ik moet er steeds naar toe. Minimaal één keer per jaar. Liefst vaker. Linea recta naar de zee. Als ik de eerste golf ontwaar, trap ik ferm op de rem, vlieg uit de auto en spurt naar het strand. Ik ga languit op mijn buik liggen, sla mijn handen tegen elkaar en roep hard “oenk, oenk, oenk”.

Ik kijk en luister opgetogen naar de gasten van Tijd voor MAX maar binnen enkele minuten is het al gedaan met de pret. Bijna tenminste. Het mooiste blijkt nog te moeten komen.
Wauw, wat ziet ze er nog goed uit. Vijfenzestig moet ze inmiddels toch wel zijn. Nou vooruit, vierenzestig misschien. Ik heb altijd een zwak voor d’r gehad. En voor dat nummer. Als was het maar vanwege die beginregels.

Ik weet niet wat het is maar er is iets mis
Hoe zou dat komen
‘t Liefst loop ik alleen, niemand om me heen
In mezelf te dromen

Maar nu ik dat stukje Tijd voor MAX heb gezien en Maggie weer heb horen zingen, zit ik met de gebakken peren.
We hebben een huisje op een park geboekt. Een huisje in de Achterhoek. Niks ten nadele van Gelderland verder maar daar is dus geen halve vierkante meter zee te ontdekken. Geen strookje kust. Amper meeuwen. Geen mist, geen regen en geen zuchtje westenwind.
Zo’n annuleringsverzekering sluit je natuurlijk niet voor niets af.
Zouden ze het geloven als ik zei dat ik zeelucht van de dokter voorgeschreven heb gekregen? Of dat ik een gereïncarneerde zeehond ben die per ongeluk het verkeerde park heeft geboekt?
Het huilen staat me nader staat dan het oenk roepen.
Ik wil terug naar de kust.

Om verder te lezen

13 gedachten over “Terug naar de kust”

  1. Een keer in de twee of drie weken moeten mijn zus en ik even zeehappen. Zonder zee geen zilte zoetheid in het hoofd, geen ruimte voor meer als muizenissen verwaaien, geen levend schildersdoek op het netvlies. Zee moet. 😉

Reageren? Graag!