digitaal bord

Te laat komen is een keuze

Het elektronische bord doemt op. Keurig registreert een tellertje ook deze morgen de hoeveelste passant ik ben: nummertje 322. Een digitaal klokje iets hoger laat zien dat ik er weer een potje van aan het maken ben. Het is acht minuten over half negen. Het had zeker vijf minuten vroeger moeten zijn. Ik ga het niet redden om op tijd te komen. Ook niet als ik de rest van het traject het zweet langs mijn bilnaad ga fietsen.
Vanaf het moment dat ik met mijn stramme knoken de echtelijke sponde verlaat tot aan het tijdstip dat ik mijn fiets de sporen geef, heb ik precies een uur. Dat zou ruimschoots voldoende moeten zijn. Spijtig genoeg ben ik ‘s morgens een niet vooruit te branden treuzelaar. Ik doe nét iets te lang over het bordje havermout met koude melk, ik spit nét iets te lang het nieuws door en ik zever nét iets te lang tegen mijn vrouw.

Bij normale afspraken kom ik nooit te laat. Ik heb er een hekel aan als mensen op me moeten wachten. Het liefst kom ik op de seconde ergens aankloppen. Van te vroeg komen, moet ik ook al niets hebben. Frappant genoeg loopt het dus wel regelmatig spaak als ik moet gaan werken. En dat is – vakantiedagen en grieponderbrekingen uitgezonderd – toch vijf dagen per week. Zou ik de overeenkomst met mijn werkgever om uiterlijk om negen uur te beginnen misschien niet als een echte afspraak zien? Het wordt dikwijls drie, vier of vijf minuten over negen voordat ik hijgend op mijn bureaustoel neerplof. Waarom neem ik juist dit zo gemakzuchtig op? Ik krijg elke maand keurig op tijd betaald. Mijn werkgever haalt het niet in zijn hoofd om de betaling van mijn salaris een dag drie, vier of vijf uit te stellen. Die paar minuten die ik te laat kom, zijn misschien geen halszaak, maar netjes is anders. Te laat komen is een keuze. Als je zoals ik altijd met de fiets gaat, heb je zelden files en een beetje tegenwind kan ik wel aan. Slappe excuses zoals een gesloten overweg of een open brug kan ik niet aanvoeren. We hebben hier geen treinen of boten. Dat te laat komen, is gewoon een onhebbelijke gewoonte.

Ik verzon tijdens mijn werk een plan om mijn getreuzel in de morgen eens vakkundig te pareren. Een plan dat geniaal in zijn eenvoud was: ik besloot de wekker een half uur eerder te gaan zetten. Vanaf morgen zou het digitale haantje al om kwart voor zeven kraaien. Dan kon ik meteen iets langer dan drieëntwintig seconden onder de douche blijven staan en was er misschien zelfs tijd om twee minuutjes te mediteren. Een kwestie van goed en strak plannen, leek me.
Ter boetedoening voor de vijf minuten die ik te laat was gekomen, werkte ik twee minuutjes langer door en fietste daarna fluitend op huis aan. Goede zin hebben is ook een keuze. Net als op tijd komen.

19 gedachten over “Te laat komen is een keuze”

Reageren? Graag!