Onverwacht bezoek

Ik zag ‘m pas toen ik in mijn leesstoel ging zitten. Het vele haar in zijn nek was het eerste dat me opviel. Nog nooit eerder was ik er eentje in mijn leeskamer tegengekomen. Ook ergens anders trouwens niet.
Hij had zich op het puntje van de leuning genesteld. Waarschijnlijk kunnen ze gemakkelijk tegen gladde oppervlakten omhoog klauteren.
Hij had een boekje in zijn handen. Ik knikte ernaar. Hij begreep de wenk.
“Dit is een werkje van mijn zus Karla Bouter met als titel ‘Te veel fantasie kan u akelig opbreken’. Het is bij ons kabouters al jaren een bestseller. Nou ben ik even langs komen wippen om je te attenderen op het feit dat jij het in je columns niet zo nauw met de waarheid neemt. Wij vinden dat zoiets een halt toegeroepen moet worden. We weten dat je het niet kunt laten om te schrijven over alles wat je meemaakt en dus zal je over deze ontmoeting met mij ook wel iets kwijt willen. Het leuke is dat geen mens je daarna nog ooit serieus gaat nemen.”

Hij had niet alleen een puntmuts maar ook een punt wist ik meteen.
“Jullie bestaan helemaal niet en dan kom je hier vrolijk mijn schrijverscarrière een beetje om zeep liggen helpen”, zei ik wat geïrriteerd.
Met zijn korte armpje wees hij mijn boeken in de tien boekenkasten aan.
“Hoeveel ervan heb je nog steeds niet gelezen?”, vroeg hij vals.
“Euh…, een stuk of vierhonderd of zo. Dat valt nog wel mee toch?”
“En dat zit dan maar achter zijn computer van die stupide verhaaltjes te verzinnen terwijl de tijd doortikt. Lezen moet je. Op die onzinnige stukjes van je zit niemand te wachten.”
“Als je maar niet denkt dat ik ook maar iets van die lariekoek in mijn volgende blog verwerk.”
“Je kunt het niet laten Mies, neem dat maar van me aan. Je krijgt daarna zoveel bagger over je heen dat je zou willen dat je nooit met schrijven begonnen was. Hoe lang ben je nu al in Ulysses van James Joyce aan het lezen? Anderhalf jaar? Dat bedoel ik. I rest my case.”

Hij gleed van de leuning en liet het boekje van zijn zus liggen. De kabouter verdween door de deur. Even later hoorde ik geronk. Ik keek door het raam naar buiten en zag een klein motortje met zijspan wegrijden. Mijn bezoeker zat in het bakkie en waarschijnlijk stuurde zijn zus.
“Zo’n slechte ogen heb ik dus nog niet”, dacht ik. Ik draaide me om, ging zitten en sloeg het boekje open.
“Fantasie is het mooiste dat er is”, las ik, “het dient gekoesterd te worden. Hou je niet in en maak de wereld een beetje vriendelijker, vrolijker en verrassender. Schrijf lekker wat je wilt en laat kabouters maar uit hun ongeschoren nekken zwammen.”

22 gedachten over “Onverwacht bezoek”

      1. Dat komt Mies omdat de mensen Harry Potter wel kennen en de meeste Karel Bouter nog niet…. Herhaal het maar eens 10x , dan klinkt het net zo goed!!! 🙂

Reageren? Graag!