Ongeduldig

Het kaboutertje klom op de bank en ging naast me zitten.
‘Hoi’, zei hij opgewekt.
Ik vond het een zwakke opening van die kobold met zijn rare oren.
De plaid waaronder ik lag, gooide ik van me af en ik mepte het opdondertje tegen de grond.
Ik zou willen dat mijn koorts wat zakte.

Dit verhaaltje is opgenomen in de bundel 55 woordenverhalen deel 4 .

Om nog een stukje te lezen :

Afvalbakken

Kleur bekennen

We wonen in een proper dorp. Elke maand betalen we een paar euro aan de penningmeester van de gemeente om van ons afval verlost te ...
Catch-22

Tweeëntwintig

Ik ben dan wel een man van de klok maar er op kijken doe ik amper. Decennialang droeg ik zelfs geen horloge. Dat ik toch ...

28 gedachten over “Ongeduldig”

Reageren? Graag!