Erfgenaam

Mevrouw de recensent

Ik hoorde een hoop gerommel gevolgd door een zware plof. Met mijn vermoeide voeten in oude pantoffels gestoken, slofte ik naar de gang. Er lag een dikke envelop op de deurmat. De postbode was geweest. Zoveel was me wel duidelijk. Ik ben de laatste tijd niet op mijn achterhoofd gevallen.
Er kwam ondefinieerbaar geluid van buiten. Nieuwsgierig maar op mijn qui-vive opende ik de voordeur. De bezorger van mijn zojuist ontvangen envelop stond kreunend voorovergebogen in de stromende regen. Her en der lag er bezorgwerk op de grond.
“Uw pakketje ging wat lastig door de brievenbus”, meldde hij door de regendruppels heen. Door de kennelijke inspanning was alles wat hij verder in zijn handen had gehad op de kletsnatte grond gevallen. Ik hielp hem zijn handel bij elkaar te graaien. Van de regen uit de drup. Nog nazuchtend vervolgde hij zijn ronde.

Mw. M. Huibers stond er als aanhef op de envelop. Ik mag het wel als iemand de moeite neemt op me iets te sturen en meent dat ik een dame ben. Ik scheurde het papieren omhulsel aan flarden en als eerste kwam er een flinke catalogus met boeken van uitgeverij Aspekt tevoorschijn. Ik houd van catalogi moet ik bekennen. Maar van het volgende item maakte mijn hart echt een vreugdedansje. Ik hield ‘De erfgenaam’ van het neoliteraire schrijversduo Mark Doornaert en Rolf van der Leest in mijn hand. Ik houd nog meer van boeken dan van catalogi.
Begin dit jaar had ik een recensie geschreven over hun eerste psychologische literaire thriller ‘Ik, Frederic Brandnetel’. Een half jaar later besloot ik dat ik niet zo bekwaam in het schrijven van recensies was. Het één was in geen enkel opzicht het gevolg van het ander.
Ik draaide ‘De erfgenaam’ behendig om en op de achterkant zag ik meteen de quote van mijn hand. Het was me keurig gevraagd om die te mogen gebruiken. De verrassing was er, gezien mijn neiging om belangrijke zaken te vergeten, niet minder om. Nu diende ik mijn beslissing om geen recensies meer te schrijven te heroverwegen. Ik zette noodgedwongen een kopje Senseo mild omdat de sterke versie was op en ging er eens goed voor zitten. Ik nam een besluit.

Drijfnat kwam de postbode weer voorbij. Ik stak vanaf de bank mijn kopje Senseo in de lucht en wenkte hem met mijn vrije hand. Hij knikte. Een postbode verdient met zo’n weer een moment van ontspanning met iets warms. De Senseo mild was nu helaas ook op. Ongetwijfeld zou hij cafeïnevrije koffie prima vinden. Wel liet ik hem in de gang eerst twee minuutjes uitdruipen voordat ik hem die aanbood.
“Als ik een recensie van ‘De erfgenaam’ heb geschreven dan mag je het boek een keer van me lenen”, gaf ik hem te kennen toen ik hem na de koffie uitliet.
“Alleen als het een goed boek is hoor.”
“Als het slecht is dan krijg je het zelfs van me cadeau.”
Flauwe grappen kunnen afgestraft worden. Mijn versleten pantoffelzolen kregen geen grip op de plas water die de postbode al druppend een kwartier eerder in de gang had achtergelaten.

De erfgenaam

Mijn recensie van Ik, Frederic Brandnetel
Waarom ik ophield met het schrijven van boekrecensies.

Om verder te lezen

15 gedachten over “Mevrouw de recensent”

Reageren? Graag!