Liegen

Liegen alsof het gedrukt staat

‘Hè, hè, daar heb je ‘m eindelijk’, hoorde ik vanuit een boekenkast. Nu komt er buiten mezelf zelden iemand in mijn biebje dus ik stond een momentje perplex. Ik zag hem onderuit gezakt zitten tussen de boeken van Carlos Ruiz Zafón. Hij was minder groot dan ik verwacht had. Goed beschouwd was het eigenlijk maar een klein opdondertje.
Het boek van Carlo Collodi waarin hij een prominente rol vervult, heb ik nooit gelezen. Ik geloof zelfs niet dat ik de animatiefilm van Walt Disney ooit gezien heb. Toch herkende ik hem meteen. Zijn neus en die touwtjes aan zijn handen en voeten zeiden me genoeg.
‘Ik ben Pinokkio’, snauwde hij.
‘Je meent het’, zei ik. ‘Ik dacht dat je Sneeuwwitje was.’
Hij stampte met zijn houten rechtervoet tegen Het spel van de engel van Zafón en keek me vals aan. ‘Ja, op dit soort flauwe geintjes zit ik dus niet te wachten hè.’
‘Ga iemand anders vervelen met deze hitte’, beet ik terug. ‘Ik heb sowieso geen idee wat je hier ongevraagd komt doen.’
‘Het mag als bekend worden verondersteld dat ik als literair personage soms een wat ongebruikelijk groter wordende neus manifesteer.’
‘Ja, dat komt omdat je het niet zo nauw neemt met de waarheid.’
‘Krek. Ik zie niet graag dat jij me voorbij gaat streven in leugenachtigheid.’
‘Nou moet je eens goed luisteren stuk wrakhout: ik lieg nooit.’
‘Ha, ha, mag ik even lachen? Je roeptoetert steeds een eind weg dat je nog dertig jaar nodig hebt om al die boeken hier in je biebje uitgelezen te krijgen. Je leest er vijftig per jaar weet ik. Dan blaaskaak je dus dat je er nog vijftienhonderd moet. Er staan hier twaalfhonderd boeken. Achthonderd heb je er al van gelezen. Reken het verschil eens uit met je goudvissen-IQ. Heb je ‘m? Je liegt dus alsof het gedrukt staat. Zonde dat je de politiek niet bent ingegaan.’
‘Ik laat me in mijn eigen huis niet schofferen door wat slordig houtsnijwerk aan touwtjes. Ik overdrijf soms een beetje. Mag dat? Zou je met je bungelende pootjes en roodgelakte liegneus de uitgang op willen zoeken?’
Pinokkio zette zijn duim tegen zijn neus en bewoog zijn wijsvinger naar voren. Voor ik het wist, nam hij een aanloop en sprong behendig door het raam.
Dit gelooft geen mens, dacht ik. Om tot mezelf te komen, gooide ik in de badkamer flink wat water over mijn verhitte gezicht. In de spiegel zag ik dat mijn neus langer was geworden.

10 gedachten over “Liegen alsof het gedrukt staat”

Reageren? Graag!