Kwartjes

Ik vroeg aan mijn vrouw of ze op een geheime plek misschien nog wat oude kwartjes had verborgen. Het liefst kwartjes van meer dan honderd jaar oud. Op het journaal had ik gezien dat er eentje uit 1891 geveild was voor ruim een miljoen euro. Geld zegt me weinig, maar het zou zonde zijn om enkele kwartjes ter waarde van een paar miljoen ergens in huis weggestopt te hebben. Misschien vonden we wel een hele stapel. Met een beetje geluk zaten we al snel op tien miljoen.

Ik zag eurotekens in de ogen van mijn vrouw oplichten en ze stoof weg. Vermoedelijk beschikten we inderdaad over een geheime opbergplek waar ik vijfenveertig jaar geen weet van had gehad. Na een stief kwartiertje op zolder te zijn geweest, deponeerde ze een rond houterig doosje voor me op tafel. Zo eentje waar ooit van die verschrikkelijk plakkerige driehoekjes smeerkaas in hadden gezeten.

Het werd een gigantische tegenvaller. Een zilveren tientje, een briefje van vijf gulden, wat dubbeltjes, enkele centen en stuivers en een munt van Terschelling, maar slechts één kwartje. Helaas een kwartje dat veel minder oud bleek dan die van de veiling. Het kwartje was een jaar jonger dan ik. Verschrikkelijk oud dus wel, maar geen eeuweling. Het verbaasde me – na wat grasduinen – dat je voor zoiets onbenulligs uit 1957 op Internet toch nog dik twintig euro kwijt bent.

Ik ga alle munten uit dat houten doosje eens grondig bestuderen. Een nieuwe auto zal er qua opbrengst niet inzitten, maar twee spaken voor mijn fiets moet lukken. Mocht er tegen alle verwachtingen in toch een tonnetje of drie, vier uitrollen dan gaan we het ervan nemen, hebben we afgesproken. We huren dan in de vakantie geen huisje voor een week op Texel, maar voor tien dagen.