Afvalbakken

Kleur bekennen

We wonen in een proper dorp. Elke maand betalen we een paar euro aan de penningmeester van de gemeente om van ons afval verlost te zijn. Elk huishouden is in het trotse bezit van twee containers. De ene heeft een vies groen en de andere een saai grijs kleurtje. De eerste is voor de bananenschillen, de niet opgegeten slierten bami en de bijeengeharkte bladeren. In de tweede dienen we niet-composteerbaar afval te mikken. Behalve als dat van plastic, glas of papier is. Voor dát spul zijn weer andere geniale oplossingen bedacht.

Op de dinsdagavonden werp ik een blik op straat om te zien welke van de twee containers de buren buiten hebben gezet. Het leegschudden van de bakken varieert namelijk. Het zit niet in mijn systeem om zelf de juiste kleur te onthouden. De ene week is de saaie grijze aan de beurt en de andere week de vieze groene. Die afwisseling getuigt van een bedrijfsvoering waar zwaar over nagedacht is.
Het schemerde al flink toen ik mijn wekelijkse blik door het raam naar buiten wierp. Ik zag her en der grijze containers op het trottoir staan. Het afhaalbedrijf is elke woensdagmorgen in alle vroegte present en daarom rollen de meeste buurtbewoners de container de avond ervoor al naar de straat. Ik ook, want ik pas me graag aan.
De grijze container kreeg ik met geen mogelijkheid uit de garage. Finaal klem gereden stond hij tegen de autobumper. Bij het binnenrijden van die ruimte had ik wat rijkelijk laat aan het rempedaal gedacht. Ik kon de autosleutel gaan zoeken, de roldeur openen, de auto een paar meter achterwaarts dirigeren, de afvalbak naar de straat manoeuvreren, de auto weer in de garage zetten, de garagedeur sluiten en op mijn horloge kijken. Het gedoe had een kwartier van mijn leven gekost.

Genietend van mijn bordje Brinta hoorde ik op woensdagmorgen een hoop kabaal. De containers werden geleegd. Nu kon ik die bak van ons nog snel binnen zetten voordat ik acrobatisch op mijn fiets zou springen om naar mijn werk te gaan. Ik liep naar de straatkant en moest onbedaarlijk lachen. Er is niets leukers dan leedvermaak. De buren links hadden zich pijnlijk vergist. Ze hadden de vieze groene container buiten gezet in plaats van de saaie grijze. Dat was niet erg bijdehand van ze want nu konden ze twee weken wachten tot de grijze container weer aan de beurt was. Het was, zo viel me op, wel heel bijzonder dat de buren rechts dezelfde fout hadden gemaakt. En de overburen ook nu ik eens goed keek.
Het muntje viel tergend langzaam en toen het beneden was, verging het lachen me. Kleuren onderscheiden in de schemering is voor een kleurenblinde zoals ik niet vanzelfsprekend. Ik had mijn probleem met kleurnuances in het donker niet onder ogen willen zien. Onze grijze container was de enige met die saaie kleur in de straat. Alle andere bakken waren groen. Onze afvalbak stond er onaangeroerd. Ik had de vorige avond een kwartier van mijn leven vergooid met zinloos gehannes. Ik begreep nu waarom een snel opkomende rode kleur op beide wangen schaamrood wordt genoemd.

Ik wil dat de gemeente kleur gaat bekennen met die containers. Er moeten nieuwe bakken komen. Een knalgele voor de bananenschillen, de bamislierten en de bladeren en een felblauwe voor de rest. Ik heb als kleurenblinde in het schemerdonker mijn rechten. De gemeentekleuren zijn ook geel en blauw. Ik zie wel kans om onze edelachtbare burgemeester in kleurrijke bewoordingen te overtuigen van de noodzaak om in de lokale spaarpot te duiken.

43 gedachten over “Kleur bekennen”

  1. ik kan er helemaal in mee gaan, het is om tureluurs van te worden en dat heb je vaardig verwoord – goed voor een ingezonden brief.
    Hier is het overigens nog lastiger: 1x per maand een onhandelbare container voor papier, 2x per maand gele zakken met plastic, 4x per maand een groene bak met composteerbaar spul en het restafval 2x per maand op weer een andere dag, die iedereen vergeet dat het de enige bak is die betaald moet worden – dus die staat bij iedereen een beetje te stinken achterin de schuur.

    1. Hier zou ik helemaal knetter van worden. Het papier wordt hier om de twee weken op vrijdag opgehaald. Dat kan ik nog wel behappen. Met het glas en plastic moeten we zelf aan de wandel. Da’s dan weer minder.

  2. Wij hebben geen bakken meer, maar een ondergronds vraatmonster, dat plastic zakken opvreet. Groenbakken een keer in de twee weken is hier niet te doen. Het leeft daarbinnen namelijk een eigen leven. Streven: Zo weinig mogelijk. Heerlijk verhaal weer, Mies. Dat moment voor het kwartje valt…Haha.

  3. Ik ben het eens met Elly Schmitz: Stuur het blog naar de burgemeester. Dan krijgt hij een hilarisch, maar heel duidelijk verhaal.
    Jij hebt een kwartier van je leven verprutst met gehannes wat niet nodig was en ik heb smakelijk om je verhaal gelachen.

Reageren? Graag!