It stephan king

It joeg me de stuipen op het lijf

Mijn ex-collega, een doorgewinterde stephen-kingliefhebber, stuurde me een berichtje. Of ik wist dat het zover was. Natuurlijk wist ik dat het zover was. Het wachten had bijna twee jaar geduurd en ik was er helemaal klaar voor. Het boek van Stephen King is geweldig en ik had in 2017 genoten van deel I van de filmremake van ‘It’. Mijn paar resterende haren waren weliswaar weinig omhoog geschoten, maar ik wilde ‘It: Chapter Two’ toch voor geen goud missen.

We hadden een dik uur eerder afgesproken zodat we een paar pilsjes konden nuttigen voorafgaande aan de lange zit van bijna drieëneenhalf uur. Ik had VIP-plaatsen geregeld. Lekker veel beenruimte en stoelen die naar achteren konden kantelen. Daar zou ik behoorlijk spijt van krijgen. Niet van de aangename beenruimte, maar van de beweegbare stoelen.

Het is zevenentwintig jaar later. De zeven kinderen van de Losers’ Club zijn volwassen geworden. Allemaal zijn ze, op Mike Hanlon na, na verloop van tijd uit het getergde plaatsje Derry vertrokken. Hun huiveringwekkende strijd tegen de verschrikkelijk enge en moordlustige clown Pennywise is zo goed als uit hun geheugens gewist. De leden van de Losers’ Club zwoeren plechtig om naar Derry terug te keren als It weer van zich zou laten horen. Dan belt Mike alle leden van de club op. It is terug en niet zo zuinig ook. Akeliger en gewelddadiger dan ooit. De ultieme confrontatie gaat door merg en been.

Het was lang geleden dat ik in een bioscoop zo gruwelijk verschoot. Drie keer had It me te pakken. Pure angst drukte me diep mijn stoel in. Die bood bar weinig weerstand. Iets te licht afgesteld vermoedde ik. Ik kantelde snel en ver naar achteren. Elke keer als de VIP-zetel terug naar voren schoot, knalde ik met mijn hoofd op een haar na tegen de stoel voor me.

Op de terugweg na de film besloot ik een route te kiezen waar wél lantaarnpalen stonden. Ik ben sinds kort genezen van donkere weggetjes en met It nog op mijn netvlies speelde ik liever op safe. Ik fietste ook een tikkeltje sneller dan gebruikelijk. Thuis moest ik bijkomen van de doorstane angsten. Ik trok een kasteelbiertje van 11% alcohol open. Zo’n zware consumptie was even geen overbodige luxe.

Ik hoorde gestommel op de bovenverdieping. Piepend ging er een deur open. Mijn vrouw die naar het toilet moest, wist ik. Ik liep zachtjes naar boven om haar te verrassen met mijn thuiskomst. Er was niemand te zien. Ik opende de deur van de slaapkamer. Mijn vrouw sliep als een roos. Iets klopte hier niet. Met versnelde hartslag spurtte ik naar beneden en schoot de keuken in. Gelukkig stonden er nog meer kasteelbiertjes in de koelkast.

Om verder te lezen :

Once upon a time

Once upon a time

Filmwereld /

7 gedachten over “It joeg me de stuipen op het lijf”

Reageren? Graag!