Versnellingspook

In zijn achteruit

Mijn technisch inzicht mag gerust belabberd genoemd worden. Hoogstzelden hang ik iets aan de muur dat langer dan een dag blijft zitten of weet ik een apparaat te laten functioneren waarvoor het bedoeld is. Ik zucht en steun en probeer maar wat. Het resultaat is de ene keer lachwekkend en de andere keer om te huilen. Dat ik ooit mijn rijbewijs gehaald heb, mag een wonder heten. Toen ik na een week of drie de Opel Kadet waarin ik rijles kreeg eindelijk meer dan tien meter had weten te verplaatsen, volgde een jarenlange kwelling. Na negen keer examen gedaan te hebben, slaagde ik. Ze waren me waarschijnlijk meer dan beu bij het CBR.

Zittend naast mijn vriend die feilloos door het stadsverkeer stuurde, reden we naar het ziekenhuis. Daar lag een vriendin van hem die naar huis mocht. Autorijden kon ze nog niet. Dat was de reden dat ik gecharterd was om assistentie te verlenen. Ik werd geacht haar Fiat Panda, die bij het hospitaal geparkeerd stond, zonder al te veel brokken bij haar voordeur af te leveren. De opgehaalde vriendin bleef bij mijn vriend in de auto zitten en ik zou al bumperklevend volgen. Het ging zesenvijftig meter goed. Tot mijn vriend zich vastreed op een fietspad en de auto in zijn achteruit moest zetten. Mij lukte dat niet en ik sloeg rechtsaf naar een binnenplaatsje om een bochtje te maken. De ruimte was te krap en de draai werd een fiasco. Aan de verkeerde kant van een slagboom kwam ik tot stilstand. Ik omklemde de versnellingspook van de Fiat maar hoe ik ook duwde, sjorde en trok: het verrekte ding weigerde in de stand achteruit te schieten. Ik vloog de auto uit om te vragen hoe die vriendin dat, zonder de pook af te breken, meestal voor de bakker kreeg. Geen vriend, vriendin of auto meer te bekennen. Ik rende terug naar de Fiat en begon opnieuw wild aan de pook te rukken. Het duurde vijf minuten en twintig seconden voordat er iemand die door de slagboom wilde mij zag worstelen en de hulp bood waarnaar ik smachtte. Er bleek een rondje aan de versnellingspook te zitten dat ik relaxed omhoog moest wippen.

Ik wist het adres waar ik moest zijn maar had geen idee hoe ik daar moest komen. Mijn smartphone bracht uitkomst omdat er Google Maps op stond. Jammer was wel dat mijn telefoon nog maar zeven procent van de batterij ter beschikking had. Ik gooide het apparaat op zitting naast me en gaf gas. Ik verstond niet wat er door het mannetje van Google Maps gezegd werd toen de batterij nog vier procent aangaf. Ik reed prompt verkeerd. Toen hij tuut-tuut-tuut riep, was ik de wanhoop nabij. Geen geluid en geen beeld meer. Ik sloeg op goed geluk rechtsaf. Mijn vriend stond tien meter verder op het trottoir te zwaaien. Met knikkende knieën zette ik de auto aan de kant en stapte uit.
“Waar bleef je nou zo lang?”, vroeg hij verbolgen.
“Alle verkeerslichten stonden op rood”, loog ik met een boei van een hoofd.
“Je hebt een rooie kop en je transpireert trouwens ook behoorlijk. Zo warm is het toch niet.”
“Ik denk dat ik per ongeluk de verwarming heb aangezet.”

Om verder te lezen

12 gedachten over “In zijn achteruit”

Reageren? Graag!