Ik haat verhuizen

Als ik ergens stressbulten en huilbuien van krijg dan is het wel van het verhuizen naar een andere kantoorruimte. Nadat ik bij mijn huidige werkgever vijfentwintig jaar lang loonstrookjes had verzameld, kreeg ik een paar jaar geleden, bij de elfde keer dat ik intern moest verkassen, de mooiste werkplek uit mijn carrière in de schoot geworpen. Ik dacht daar gelukzalig naar mijn pensioen te kunnen freewheelen. Helaas kwam deze bescheiden wens frontaal in botsing met de harde werkelijkheid. Er had zich iemand driftig aan een tekentafel uitgeleefd en in oktober zal het opnieuw raak zijn. Ik mag voor de twaalfde keer verhuizen. Minstens tien tranen liepen er over mijn gelaat toen ik het trieste nieuws te horen kreeg. Het eerste stressbultje volgde al snel.

Van ergens in de herfst tot aan mijn definitieve afscheid in april kom ik met vier anderen in een nieuwe ruimte te zitten. Vandaag kreeg ik de namen door van het groepje waar ik het nog ruim een half jaar mee vol moet houden. Ik was aangenaam verrast om niet te zeggen opgetogen. Nadat ik mijn spijkerbroek had uitgetrokken, dankte ik er de schepper van het universum op mijn blote knieën voor. Beter had ik het niet kunnen treffen met deze vier superaardige en leuke dames. Het verdriet en de frustratie van de aanstaande, onvrijwillige verhuizing ebden meteen voor een flink deel weg.

Nu ik het verhuizen niet als een emotioneel wrak hoef te ondergaan, moet ik het wel voor elkaar zien te krijgen om een gunstige plek in de kamer te veroveren. Ik heb op dit moment nog een bureau waarachter ik bijna niet opval. Als ik straks vol in de schijnwerkers kom te zitten dan heb ik wel een probleempje met mijn zesenzestig jaar. Mijn ogen willen namelijk nog wel eens dichtvallen.
Mocht het niet lukken om me verdekt op te kunnen stellen dan zal ik een kekke zonnebril aanschaffen met donkergetinte glazen. Het is wel vervelend dat de winter na het verhuizen voor de deur staat, want ongetwijfeld gaan sommigen het raar vinden om me in dat jaargetijde met zoiets op de neus aan te treffen.
Ik denk dat ik er wel mee weg kom als ik dan aangeef dat ik vanwege mijn naderende afscheid zo emotioneel ben dat ik continu rode ogen heb die ik aan niemand wil tonen.

Nog twee stukjes om te lezen: