Het

Ik liep in de pauze met mijn ene collega naar de kringloopwinkel. Ik loop anders nooit samen met die ene collega naar de kringloopwinkel.
Ik vertelde hem dat ik thuis drie boeken van Stephen King bij de literatuur heb staan en drie bij de thrillers. Een rare manier van boeken indelen vond die ene collega.
Ik heb het anders nooit met hem over Stephen King. Ik vertelde hem dat ik Het (It) van King nog wilde lezen. We wandelden naar de boekenafdeling.

Ik heb een andere collega waar ik het altijd met King over heb. De andere collega heeft alles van King. Hij raakt niet uitgepraat over King. Die andere collega zie ik nooit bij de kringloopwinkel. De andere collega hamert er al jaren op dat ik Het (It) moest lezen.

Met de ene collega waar ik anders nooit samen mee naar de kringloopwinkel ga, stond ik op het punt het pand boekloos te verlaten.
Ik werd plotseling op mijn schouder getikte door die andere collega die anders nooit in de kringloopwinkel komt maar die wel alles van Stephen King heeft en alles van Stephen King weet. Die andere collega waar ik Het (it) van moet lezen.
In zijn rechterhand (de hand waar hij me niet mee op de schouder getikt had) hield hij een boek. “Kijk eens wat ik voor je gevonden heb”, zei hij achteloos.

Ik nam het boek aan van die andere collega die anders nooit in de kringloopwinkel komt.

Om verder te lezen

15 gedachten over “Het”

Reageren? Graag!