Het verloren slabbetje

Het zegt helemaal niets als je meer dan tweehonderd taalboeken in je biebje hebt staan. Sinds ik kan praten heb ik het bij het verkeerde eind gehad. Als ik het uitspreek hoor je die r niet, zodat het schaamrood me bespaard is gebleven. Voor mij was het altijd slabbertje en nooit slabbetje.
Een verloren slabbetje in het bos heeft de deuk in mijn taalkennis hersteld. Er verscheen een rode lijn bij de spellingcontrole toen ik er iets over kwijt wilde. Het slabbetje komt van het werkwoord slabben dat slobberen, slurpen, kwijlen, morsen met eten betekent. Een mens wil wel eens wat opzoeken als hij toch bezig is.

Voor de broodnodige frisse lucht en ontspanning trekken we regelmatig het Leenderbos in. Op één van de fraaie wandelroutes zagen we het slabbetje aan een paal hangen. Gevonden door wandelaars die het keurig in het zicht hadden vastgeknoopt. Dat is het mooie van zo’n slabbetje: het heeft uiteinden. De zeer jonge eigenaar ervan zou hier nog wel eens langskomen moet de gedachte zijn geweest. Het kwijllapje zou zo weer mee naar huis kunnen.
Als een kind ergens aan gehecht is, is het wel aan zijn slabbetje. Het moeten fijne mensen geweest zijn die de moeite hadden genomen om het met een vakkundige strik op wandelwagenhoogte te bevestigen.

Het slabbetje hing er bij onze volgende wandeling nog steeds. Het werd herfst, winter, lente en een tijd later veertig graden. Wandeling na wandeling zagen we het morslapje hangen. Het was van uitmuntende kwaliteit, want het bleef zitten waar het zat en aan de kleurstelling veranderde ook amper iets. Voor zover een kleurenblinde als ik dat kon beoordelen natuurlijk. Het slabbetje had een leuk hondje en een vrolijk zonnetje als opdruk. Zonde om daar seizoen na seizoen in weer en wind te moeten hangen.

Het werd opnieuw herfst en daarna weer winter. We waren het slabbetje al zeker veertig keer tegengekomen. We kwamen afgelopen zondag weer bij de paal van het slabbetje, maar het slabbetje was weg.
‘Het slabbertje hangt er niet meer’, zei ik.
Gelukkig hoorde mijn vrouw de r in slabbetje niet.
‘Misschien dat de mensen die het slabbertje kwijt waren het hier hebben zien hangen’, zei mijn vrouw.

‘Hoe schrijf je slabbetje?’, vroeg ik haar drie dagen later toen ik dit stukje aan het schrijven was.
Ze spelde het. Met een r.
‘Het is slabbetje. Zonder r’, gaf ik haar te kennen.
Ze had de grootste lol.
Ik deed er het zwijgen toe, want ik was ook een onwetende geweest. Net als het gros van mijn landgenoten denk ik.

Nog twee stukjes in deze categorie :

Knooppunt 61

Knooppunt 61

Er doemde op mijn fietsroute een bord op dat me nooit eerder was opgevallen. Er werd me in letters en cijfers, die qua kleur fraai ...
Bench

De bench die niet thuis wil komen

De afgelopen tien jaar ben ik welgeteld één keer met onze gammele Citroën naar mijn werk gehobbeld. Dat was een paar maanden geleden. Vrijwillig haal ...