Een stil geloof

Ik had de lat voor mezelf al op voorhand Olympisch hoog gelegd.
Van de boekenbeurs zou ik uitsluitend die titels mee naar huis nemen die ik op mijn kooplijstje had gezet.
Het overzichtje van de vijftien in aanmerking komende boeken had ik ‘s morgens al aan een belangstellende collega laten zien.
“Ach, eigenlijk heb ik dat papiertje helemaal niet nodig’, zei ik stoer, “elk boek dat ik ooit gelezen heb of dat ik thuis in mijn bibliotheekje heb staan, zit fotografisch in dat grote hoofd van me opgeslagen.”
Aan de uitpuilende ogen kon ik zien dat mijn collega onder de indruk was.

Op de boekenbeurs racete ik als een haas langs de kookboeken, de geschiedenisboeken, de woordenboeken en de stripboeken. Ik kwam per slot van rekening voor het betere literatuurwerk.
Het aanbod was toch wel wat teleurstellend concludeerde ik na een uurtje grasduinen en mensen aan de kant duwen.
Het begon er akelig naar uit te zien dat er op heel de boekenbeurs niets van mijn lijstje te vinden zou zijn.
Op het moment dat mijn darmen van teleurstelling wat ongemakkelijk begonnen te borrelen, viel mijn oog op ‘Een stil geloof in Engelen’.
Bingo! Kassa! Hoera! Mijn hart maakte een vreugdesprongetje en ik wist dat mijn dag niet meer stuk kon: mijn hoogstpersoonlijke favoriet van het papiertje dat ik, inmiddels wat klam geworden, in mijn hand had.
Ik sjokte nog anderhalf uur langs de tafels maar het bleef bij dat boek van R.J. Ellory. Dik tevreden en goedgemutst besloot ik met de fiets op huis aan te gaan.

Toen ik de pedalen net een keertje of twintig rond had weten te krijgen, begon het onbedaarlijk hard te regenen. Op mijn zonnig humeur had die plensbui echter hoegenaamd geen invloed.
Ik had ‘Een stil geloof in Engelen’ in mijn fietstas en was dus geestelijk in staat om alle mogelijke natuuruitbarstingen te trotseren.
Een stil geloofNa verloop van tijd begonnen mijn nieuwe schoenen, mijn trui en mijn spijkerbroek behoorlijk zompig aan te voelen. Toen ik een viaduct ontwaarde, leek het me geen slecht idee om daar, door het aantrekken van wat regenkleding, de waterabsorptie een halt toe te roepen.
Op het moment dat ik bezig was om de regenbroek over mijn benen te wurmen, kwam er een pijnlijke gedachte opzetten.
Ik verstijfde. Ik begon zwaar te ademen.
Allemachtig, dat kón niet waar zijn……..

Ik kon me wel voor mijn kale, natte voorhoofd slaan. De waarheid kwam als een mokerslag op me af: ‘Een stil geloof in Engelen’ stond gewoon ongelezen bij mij thuis in de boekenkast. Nog geen twee weken geleden gekocht. Op de boekenbeurs had ik urenlang een totale black-out gehad. Ik zakte door mijn knieën en begroef mijn hoofd in mijn handen.

Ik keek pas op toen er een doorweekte vrouw naast me kwam staan. “Ik heb net nieuwe kleren aan”, piepte ze, “Kletsnat verdorie, ik kan wel janken.”
Ze zag dat ook ik niet helemaal lekker in mijn vel zat en bood me een fishermans friend uit een doorweekt pakje aan. Ze nam er zelf ook één. ‘Sterk spul hè?’, hoorde ik haar denken.
We raakten aan de praat en ze bleek net als ik een fanatieke lezer te zijn. Ik vroeg haar of ze ‘Een stil geloof in Engelen’ toevallig kende? Dat bleek het geval te zijn. Ze had zich voorgenomen om het eerdaags aan te schaffen. Maar nu zou het daarvoor bestemde geld wel naar de stomerij gaan. Ik haalde de plastic tas van de boekenbeurs uit mijn fietstas en overhandigde die haar.
Ze keek me verbaasd aan. Ik legde haar uit wat me was overkomen en vroeg of ze het boek wilde hebben. Ze knikte verlegen en nam het tasje met inhoud van me aan.

Het was opgehouden met regenen en met een stralende glimlach nam ze afscheid en fietste weg.
‘Waar een stil geloof in engelen al niet toe kan leiden’, dacht ik toen ze in de verte uit het zicht verdween.

Om verder te lezen

Reageren? Graag!