Een onverklaarbaar mysterie

Wat hebben een ijskast, de binnenkant van zes paar schoenen en een hondenmand met elkaar gemeen? Die spullen speelden, zo zal spoedig blijken, een niet onbelangrijke rol in het onverklaarbare mysterie dat zich afspeelde binnen én de buiten de muren van ons huis.

Het begon allemaal een week geleden. Er stond een plasje water op de grond van het toilet beneden. Ik meende stellig dat dat kwam door de renovatie van het huis naast ons. Ik kom steevast met de meest onlogische verklaringen op de proppen en had beter kunnen beseffen dat snelle actie geboden was.
Een dag later was de hoeveelheid water verdubbeld. Ik haalde mijn schouders op en dweilde een kwart emmer op. Het was maar een bescheiden emmer zodat enige vorm van paniek uitbleef.

Op vrijdagmorgen stonden het toilet en de gang blank. ‘Ga maar bellen’, zei mijn vrouw na vier volle emmers en acht natte handdoeken.
Ik ben riooltechnisch niet bijster onderlegd maar snapte wel dat op de vrijdag na Hemelvaart iedereen vrij was. Meer regen was er niet voorspeld dus ik vond maandag als rioooldoorspuitdag helemaal prima. Op zondag trok er een felle bui over ons dorp en ik stond anderhalf uur te hozen. Minimaal acht emmers kreeg ik gevuld.
Ach, het zou snel maandagmorgen zijn. Don’t worry, be happy.

‘Heeft u een buitenkraantje’, vroeg de rioolman op maandagmorgen.
‘Zeker wel’, zei ik en haalde met gezwinde spoed het sleuteltje van de hangslotje van het overkappinkje van het buitenkraantje uit de keukenla.
De klus werd geklaard, de rioolman dronk binnen nog een glaasje water – dat hadden we inmiddels genoeg – en vertrok.

Ik zwaaide hem uit, liet het overkappinkje weer zakken, klikte het hangslotje dicht en liep naar binnen. Het sleuteltje, hangend aan een zwart koordje en acht ijzeren schakels, zag ik nergens meer. Van tien uur ’s morgens tot twaalf uur ’s avonds was ik bezig. Ik keek in de ijskast, in de zes paar schoenen in de gang, in de hondenmand en in de vijfentwintig laden die we inmiddels rijk zijn.

Ook alles in de voortuin onderwierp ik aan een grondige inspectie, maar ik ving overal bot. Zelfs de vuilnisbak in de keuken haalde ik helemaal leeg. Buiten smerige, stinkende handen leverde ook dat niets op. Knettergek werd ik van mezelf. Ik kan veel hebben, maar met zo’n eng mysterie moet je bij mij niet aankomen. Het dreef me tot waanzin.

Had ik de sleutel in paniek door het toilet gespoeld of had onze hond haar ijzergehalte op willen krikken? Mijn hersenen gingen door het lint. Hier moest een streep onder gezet worden. Een slijptol zou het hangslotje wel klein krijgen en een nieuw slotje was ongetwijfeld snel gekocht. Ik moest me als een Baron von Münchhausen aan mijn eigen haren uit dit psychische moeras omhoog zien te trekken.

Ik besloot een foto van de hangslotje te maken en er maar een stukje over te schrijven. Iedereen verwerkt een onbegrijpelijk mysterie op zijn eigen manier. Er schoten steeds takken van vage wildgroei voor mijn telefoon en het lukte me niet om een fatsoenlijke foto te maken.

Voor de eerste keer sinds dat minuscule plasje water waarmee het begonnen was, werd ik pissig. Ik gaf een enorme zwiep aan die rotstruik – of wat voor ellendigs het dan ook was – en er vloog iets ondefinieerbaars door de lucht.
Toen het naar beneden kwam, ontwaarde ik acht ijzeren schakels gevolgd door een zwart koordje met daaraan een liefelijk sleuteltje.

Nog twee stukjes om te lezen :

Afvalbakken

Kleur bekennen

Reageren mag altijd