vijver

Een leuk vijvertje zit er even niet in

Er lag een plas water in de tuin die een vijver voor moest stellen hoewel er, zelfs met een vergrootglas, geen vis in te ontdekken viel. In de periferie van die nattigheid liepen wat naaktslakken te dolen en daarmee had je wel gehad met de zichtbare levensvormen. We hadden die ingegraven plastic bak laten liggen toen we in het huis kwamen wonen. Laska, onze 16 jaar oude Schotse Collie, liep al lang niet meer in zeven sloten tegelijk en zeker niet in zo’n doodse, stilstaande poel. Laska stierf kort na de verhuizing en er kwam een pup. Elyn wilden we behoeden voor een onverwachte duik en paniekerig gespartel. De vijver werd gedempt en het plastic verdween. We zijn redelijk thuis in spreekwoorden en kenden die van het verdronken kalf en de gedempte put. Dat wilden we voorblijven, ook al betrof het een hond.

De planten in de tuin begonnen te groeien en te bloeien. De klimop tegen de schuttingen was van het ongegeneerde wie-doet-me-wat-soort. Er kon geen snoeischaar tegenop. De vlinderboom schoot naar links en naar rechts en hoog de lucht in. De huizen van de achterburen verdwenen uit het zicht. Onze tuin groeide ons boven het hoofd. De schwung zat er zo grandioos in dat er nog maar een minuscuul plekje overbleef om gezellig te zitten. De tegels begonnen te scheuren en het gras deelde in de malaise. Na dertien jaar vroeg mijn vrouw: ‘Wat denk je van een nieuwe tuin?” Ik vermoedde dat ze opnieuw wilde verhuizen en knikte enthousiast. Ze had helaas een andere oplossing in gedachten.

Er lagen twaalf joekels van bielzen in de tuin. Eentje daarvan groef ik uit. Ze zaten met pinnen van een meter in de grond geklonken. Het kostte me een week. Met dat gestuntel en het eerder verwijderen van de vijver zat ik aan mijn grens wat kunde en zin betrof. ‘Ik vind die tuin zo ook wel wat hebben’, probeerde ik nog.
Mijn vrouw kende iemand met capaciteiten. Dat die van mij op tuingebied nogal tegenvielen, moest ik noodgedwongen toegeven. Er kwam een bijzonder aardige man aankloppen. Eentje die begiftigd was met spierballen en een bewonderenswaardige werklust. In een dag tijd was er geen vlinderstruik of biels meer te bekennen.

Het huis waarin we wonen is ruim vijftig jaar oud. Uit een tijd dat er saaie betonnen schuttingen werden gezet. We hadden er klimop tegenaan gehad, maar die was nu tot het laatste blaadje verdwenen. Aartslelijke platen waren er tevoorschijn gekomen. Nu kun je daar wel een kwak verf tegenaan gooien of nieuwe klimop zijn best laten doen, maar ik heb niet voor niets vaak geniale invallen. Over drie jaar en zes maanden mag ik eindelijk met pensioen. Wat is er mooier, als je zeeën van tijd hebt, om twaalf meter verwijderd van je achterdeur te gaan zitten lezen.

De man met de capaciteiten is er meteen voor te porren. Hij gaat een fraaie zithoek over de hele breedte maken. Met afdak en verlichting. Ik zie het helemaal zitten en denk dat mijn baas me best drie jaar eerder weg wil hebben. Dankzij mijn vrouw en de man met de capaciteiten ga ik een heerlijke tijd tegemoet. Ik kan op die geweldige plek, buiten het lezen van zes boeken per week, mijn wekelijkse stukjes gaan schrijven. Dan moet ik wel zien te regelen dat mijn vrouw me elke woensdagavond tegen zessen een lekker bordje nasi komt brengen. Twaalf meter overbruggen mag geen probleem voor haar zijn. Tegen de tijd dat alles klaar is, loopt er misschien een schat van een nieuwe pup rond. Een leuk vijvertje voor die zithoek zit er dus jammer genoeg voorlopig niet in.

27 gedachten over “Een leuk vijvertje zit er even niet in”

Reageren? Graag!