De Groote Meer

Een droevig stukje natuur

Hoewel onze huiskamer genoeg bewegingsruimte biedt, zat ik mezelf behoorlijk in de weg. Al bijna een jaar werk ik niet meer op vrijdag, maar het blijft lastig om zo’n dag een beetje aangenaam gevuld te krijgen. Verveeld zat ik wat op internet te struinen toen ik het stukje onder ogen kreeg. Ik schrok ervan. Ze zouden er iets aan gaan doen. Er was geld voor uitgetrokken. De laatste keer dat ik er was, vond ik het al niet meer geweldig. Ik besloot mijn wandelschoenen aan te trekken. De hoogste tijd om met eigen ogen te aanschouwen of de plek er echt zo beroerd aan toe was.

Mijn doel was het ven op een steenworp afstand van de school waar ik meer dan vijftig jaar geleden als brugklasser naar binnen liep en waar ik zes jaar later met een diploma weer naar buiten kwam. Toen de winters nog winters waren, was ‘De Groote Meer’ een trekpleister van jewelste. Honderden kinderen stonden er wekenlang op botjes, noren en kunstschaatsen. Het was een gekrioel van vallen, opstaan en weer doorgaan. Ik nam mijn twee jonge zusjes elke winter mee op sleeptouw. We vonden het geweldig op die gigantische plas bevroren water.

Ik wandelde in de richting van het ven. Ik had het stukje gelezen en hield mijn hart vast. Ik sloeg een paadje in maar zag door de dichte begroeiing niets liggen dat op een waterpartij leek. Eindelijk ontdekte ik een opening in de wildernis. Daar doemde ‘De Groote Meer’ voor me op. Het stond kurkdroog. Geen druppeltje water viel er in te ontdekken. Een en al vergane glorie. Klimaatverandering en de onwil om er nog wat van te maken, hadden het eens zo schitterende stukje natuur omgetoverd tot een troosteloze bedoening.

Ja, ze gaan er nu echt iets aan doen, had ik gelezen. Iets meer dan dertigduizend euro reserveren ze voor een opknapbeurt. Best een hoop geld voor een vennetje zou je zeggen. Toch is dat bar weinig als je weet dat er berekend is dat er ruim vierhonderdduizend euro nodig is om er nog iets fatsoenlijks van te maken. Zo’n berg geld zal er niet ingepompt worden. Dit eens zo prachtige stukje natuur met het fraaie ven in het midden is gedoemd tot een triest bestaan in de marge.

Die dag voor het weekend waarop ik niet neer werk, zit ik maar wat doelloos op internet. Ik kan me net zo goed een beetje nuttig maken. De komende jaren loop ik elke vrijdagmiddag een keer of vijf naar ‘De Groote Meer’. Per wandeltocht neem ik twee emmers water mee. Misschien kan er zo in februari 2023 weer geschaatst worden. Als het tenminste een keer lekker ouderwets gaat vriezen. Mijn eigen ijzers haal ik alvast uit het vet.

24 gedachten over “Een droevig stukje natuur”

  1. je eerste zin is gelijk al een echte Mies, leuk dus. met de natuur is het een stuk droever gesteld, de verlaging van het grondwaterpeil is op veel plaatsen de oorzaak van verdroging – ik weet niet of dat met dit eens zo mooie ven ook zo is – hoe ook, alle kleine beetjes helpen, niet in de laatste plaats je stukje dat op subtiele wijze aandacht vraagt voor een steeds pijnlijker waarheid

    1. Pijnlijk is het. Natuurlijk zie je overal dat gebrek aan water in de vennen. Maar dan nog hoeft het geen verschrikking te worden. Er is best iets aan te doen. Het zal wel met prioriteiten te maken hebben.

  2. Misschien kun je nog aan een bolderkar komen, dan kun je daar de emmers in zetten want ik vrees dat je anders snel héél lange armen hebt en daar word je vrouw dan weer niet blij van, alle mouwen van je overhemden te kort. Maar inderdaad jammer en verrekte slordig om zo’n mooi stukje natuur te laten verpauperen.

Reageren? Graag!