Een bankje met sneeuw

Een week lang lag er sneeuw op het bankje. Zeven dagen kon ik er niet op zitten. Een spijkerbroek slurpt sneeuw in een ongekend tempo op. Dat komt omdat het achterwerk van een mens een soort kacheltje is waartegen sneeuw volgens de natuurwetten het onderspit moet delven. En gezond is het ook niet om na enig verpozen op zo’n bankje met sneeuw met een natte kont naar huis te moeten lopen. Zeker niet als die wandeling een kwartier duurt en het vijftien graden vriest. Er kruipen geheid een paar virussen je derrière binnen.

Ik wachtte met smart op het intreden van de dooi. Al die sneeuw, ijs en kou: ik hou er niet van. Het bleef maar vriezen en niet zo zuinig ook. Toen de sneeuw het na een dikke week eindelijk voor gezien hield en als water een tweede leven begon, was mijn aangeboren vrolijkheid helemaal verdwenen. Als sneeuw voor de zon. Er was spanning en neerslachtigheid voor in de plaats gekomen. Ik besloot mijn humeur maar eens flink op te krikken door een paar partijtjes online te schaken. Ik verloor er vier achter elkaar.

Nog twee stukjes om te lezen :

Driehonderd

Driehonderd min één

Kleurenblind

Kleurenblinde voetganger