Duikvlucht

Nu ik met gezwinde spoed richting oud en stram huppel, realiseer ik me dat ik best geluk heb gehad in de bijna zestig jaar die ik erop heb zitten. Zonder al te veel kleerscheuren ben ik door het leven gerold.

Oké, er waren wel een paar akkefietjes onderweg. Zo kreeg ik in mijn jeugd een hark op mijn schedeldak, zag ik een rol prikkeldraad voor een trampoline aan en bleef ik na een zweefduik tien seconden met mijn nek aan een waslijn hangen.
Verder bleef ik redelijk ongeschonden totdat ik al een eind in de dertig was. Toen brachten een geïmplodeerde enkel en een openliggende hand nog wat hinderlijke schade aan. De enkel werd gesandwicht door een vallende massieve kast en wat stoeptegels en de hand had het niet kunnen winnen van een joekel van een glasscherf.

Vorige maand was het na lange tijd weer eens goed raak. Twee vervelende karaktertrekken van me hadden op het verkeerde moment de handen ineen weten te slaan.
Ik zeg altijd ja en ik stel graag alles uit. Dat moest een keer mis gaan.
“Nog een pilsje?”
“Ja, graag.”
“Zou je niet eens een nieuwe achterband op je fiets leggen?”
“Ja, morgen.”

En zo had ik die avond enkele keren te veel “ja, graag” geantwoord en was het al wekenlang “ja, morgen” geweest.
Het ging op de terugweg elf kilometer lang perfect. De laatste dertig centimeter waren de boosdoeners. Ik was mijn eigen oprit al opgedraaid toen ik de wereld in een ander perspectief kreeg te zien.
Mijn fiets en ik lagen plotsklaps gebroederlijk naast elkaar op de grond.
Toink, toink, toink, toink en toink meende ik te horen. Met mijn oren bleek niks mis te zijn geweest. Het draaiende voorwiel had ferme tikken uitgedeeld aan mijn kin, mijn lip, mijn neus, mijn oogkas en mijn voorhoofd.

Nu we een paar weken verder zijn, kan ik blijmoedig concluderen dat de wonden keurig zijn geheeld en dat ik mijn eigen vertrouwde lelijkheid gelukkig ook weer terug heb.
Ik heb mijn lesje geleerd.
“Nog een pilsje?”
“Nee, dank je. Doe maar een cola. Wel met een beetje rum graag.”
“Zou je niet eens een nieuwe achterband op je fiets leggen?”
“Nee, niet nodig. Ik heb een reservefiets.”

Het valt nog niet mee om een rigoureuze omslag te maken op mijn leeftijd.
Toch moet ik daar echt eens werk van gaan maken.
Wanneer? Morgen denk ik.

Om verder te lezen

18 gedachten over “Duikvlucht”

  1. Ja in het leven vallen we allemaal wel eens van de fiets. De een wat harder dan de ander. En dat pilsje lusten we de meeste ook wel allen, dat is helemaal niet zo erg als je maar met de fiets bent. Ik ben op zo’n punt geraakt dat ik in dat pilsje wel wil verdrinken en anders wel met de fiets van de ravijn af wil fietsen.

Reageren? Graag!