De ziel

Dimitri Verhulst en Herman Brusselmans zouden het iets banaler verwoorden maar ik blijf maar netjes door op te merken dat ik op weg naar huis een sterke aandrang voelde om overtollig water te lozen. De blaas stond op springen zogezegd.
Mijn plaskeuze viel op De Bijenkorf omdat daar sinds kort de fraai gerenoveerde boekenafdeling een ongekende aantrekkingskracht op me uitoefende.
Na het wateren zou ik op mijn gemak nog even langs de aanlokkelijke schappen kunnen struinen.
Boeken kopen had ik weliswaar zo goed als afgezworen maar er af en toe lekker aan voelen en ruiken, had ik nog steeds niet op willen geven.
Met een wat dubbel gevoel sjokte ik de Bijenkorf binnen.
Fors te moeten betalen voor het doneren van mijn urine is niet iets wat ik uit vrije wil pleeg te doen.
De exorbitant stijgende plastarieven zijn me al tijden een doorn in het oog.
Als 55+’er staat mijn waterproductie trouwens al lang niet meer in verhouding tot de halve euro die opgehoest moet worden.
Maar vooruit, nood breekt soms wetten.

Omdat ik voorzag dat ik behoorlijk snel te werk zou moeten gaan om ongelukken te voorkomen, trok ik op de roltrap mijn portemonnee al.
Met X-benen strompelde ik de plasgelegenheid binnen.
De redding was nabij.
Ondanks mijn wat ongemakkelijke pose sloeg ik bijna achterover toen er een onbekende tekst opdoemde.
Waar voorheen nog een kort maar krachtig “€,050” te lezen was geweest, werd ik nu verwelkomd met de prachtige volzin: “Voor bezoekers van de Bijenkorf is het toiletgebruik gratis”.
Nadat ik met grote opluchting datgene bewerkstelligd had waarvoor ik mij zo gehaast had, drong het pas écht tot me door wat een geweldige financiële meevaller me ten deel was gevallen.

Met een lege blaas ga je automatisch beter nadenken en associëren. Zeker als het ook nog eens de maand van de filosofie is.
Op weg naar de boeken kwam de beroemde slogan van De Tegenpartij van Koot en Bie bij me boven borrelen: ‘Geen gezeik, iedereen rijk’.
Dat kon ook andersom wist ik meteen. Ik maakte een snel rekensommetje en had mijn geniale plan in luttele seconden uitgewerkt.
Ik zwaaide vriendelijk tegen de toiletdame die me verbaasd aankeek omdat ze me zo snel weer terug zag. “Blaasproblemen zeker?”, meende ik in haar ogen te lezen. Ik knikte een ‘ja, inderdaad’.

De daaropvolgende dagen fietste ik na mijn werk niet recht naar huis maar maakte ik een tussenstop bij het warenhuis waar ik het toilet steeds twee keer aandeed.
De toiletjuffrouw en ik tutoyeerden elkaar al snel. Ze gaf me eerlijk te kennen me liever als klant gehad te hebben toen de situatie financieel nog booming was.
Zonder het muntengerinkel was het werk toch wat minder spetterend.

Waar blijft de zielVijf dagen en tien plassessies verder was mijn missie voltooid en ging ik op zoek naar ‘Waar blijft de ziel?’ van Bert Keizer. Het door mij zo begeerde essay van de maand van de filosofie werd voor het schappelijke prijsje van € 4,95 mijn eigendom.
“Bedankt en een prettig dag verder”, zei de caissière toen ik afgerekend had.
“Nee, ik wil u graag bedanken”, was mijn vriendelijke weerwoord, “Ik heb hier, zelfs zonder in het bezit te zijn van De Bijenkorf Card, ongekend veel voordeel genoten.
Ik had vijf euro verdiend met mijn gratis geplas en kon met een weekwinst van vijf eurocent de pedalen vrolijk huiswaarts trappen.

“Waar zou mijn eigen ziel rust vinden als ik mijn laatste boek heb dichtgeslagen?”, vroeg ik me halverwege de thuisrit filosofisch af.
Vermoedelijk tussen al mijn boeken in mijn biebje thuis.
Niet alleen mijn ziel zou daar te vinden zijn maar zonder enige twijfel ook mijn zaligheid.

Om verder te lezen

Reageren? Graag!