De ultieme overwinning

Elke dag zit ik door weer en wind tweeëntwintig kilometer op de fiets. Gemeten met een liniaaltje is de afstand trouwens éénentwintig kilometer en achthonderd en twaalf meter maar ik rond nu eenmaal graag af. Vanwege al de frisse buitenlucht ben ik niet erg vatbaar voor allerlei enge virusjes.
Het moet ruim twee jaar geleden zijn dat mijn lichaamstemperatuur boven de 37,8 graden wist te komen. Het werd 38,1 graden als ik het me juist herinner.
Vanwege de flinke koorts dook ik die dag mijn bed in, dronk ik drie glaasjes jus en liet ik mijn fiets onaangeroerd in de berging staan.
De volgende morgen was alles weer onder controle en klom ik geheel hersteld op het rijwiel dat blijkbaar blij was geweest met het dagje rust. Een persoonlijk heenrecord lag in het verschiet. Vanwege een overstekende oude haas miste ik dat echter op drie seconden.
Eergisteren ging het opnieuw goed mis. 38,2 graden deze keer. Dat kwam beroerd uit omdat op zondag de Ronde van Vlaanderen verreden zou worden. Na bijna zestig jaar had ik eindelijk de moed bij elkaar geraapt om met het evenement mee te doen. Ik wilde wel eens met eigen ogen zien wat mijn jarenlange training voor effect zou hebben. Ik had mijn boterhammen met pindakaas voor onderweg al gesmeerd maar daar werd op deze onverwachte manier roet in gestrooid. Van zaterdag- op zondagnacht steeg de koorts. Er had een piek van 38,3 graden gemeten kunnen worden wanneer er een thermometer beschikbaar was geweest.
Ik zakte weg en reed de Ronde van Vlaanderen in een koortsdroom.

Mijn drie fietsen had ik in België weten te krijgen door ze te laten brengen door de plaatselijke pizzakoerier. Ik zou ter plekke beslissen of ik op mijn 30-jarige Gazelle, mijn 10 jaar oude Koga of op mijn net aangeschafte nieuwe reservefiets zou starten. Het werd de reservefiets omdat die een dichte kettingkast had. Er was weliswaar geen regen voorspeld maar ik speel, als ik dan toch topsport bedrijf, graag op zeker.
Ik zat na tweehonderd kilometer in de achtervolging op de koploper samen met Boonen, Van Avermaet en Thomas. Ik kende die drie alleen van de foto dus veel had ik niet van ze te duchten, leek me.
Nadat ik drie lekke banden had gereden – twee keer achter en één keer voor – smeet ik mijn reservefiets in de berm en pakte mijn oude Gazelle die over mijn linkerschouder hing. Ik sprong daar zo atletisch mogelijk op en liet mijn reservefiets met tegenzin ten prooi vallen aan de souvenirjagers. Vanaf dat punt ging het crescendo. Ik liet de drie mede-achtervolgers verbouwereerd achter en naderde fluks koploper Doornaert.
Op dat cruciale moment braken gelijktijdig het stuur en het zadel van mijn Gazelle. Gelukkig had ik de Koga nog om mijn andere schouder hangen. Met nog een fiets minder mee te zeulen, ging het stukken sneller. Binnen de vijfenveertig seconden – vierenveertig om precies te zijn – haalde ik de koploper in.
Enige tijd later liet ik op het podium te Oudenaarde de champagne rijkelijk vloeien.

Om verder te lezen

9 gedachten over “De ultieme overwinning”

  1. Ik zag op de Nederlandse tv dat fietsen tegenwoordig een gevaarlijke hobby schijnt te zijn. Veel letsel door de grote hoeveelheid fietsers die de wegen en fietspaden bevolken met bijbehorende botsingen, verstrengelingen en andere ongelukken. Hier in Ierland is fietsen zowieso soms lastiger door het ontbreken van fietspaden gecombineerd met bochtige wegen en automobilisten die geen fietsverkeer verwachten. Jaren terug met griep en 39-nog-wat koorts in bed gelegen en daarbij rare hallucinaties gehad. Niet fijn. Beterschap.

Reageren? Graag!