De niet-ingeklapte buitenspiegels

Wij hebben een simpel autootje. Als we de buitenspiegels naar binnen willen krijgen dan moeten we met onze blote handen aan de slag. Of bij vorst eventueel met handschoenen aan. Er bestaan ook slimme auto’s die, fascinerend om te zien, hun buitenspiegels helemaal zelf in kunnen klappen.

‘Ik heb een probleem’, zei mijn vrouw door de telefoon Ze belde me toen ik in de supermarkt met een pak mergpijpjes in mijn handen stond. Mijn vrouw belt me nooit als ik net drie minuten van huis ben. Daarbij heeft ze een stem met een, voor dit soort gelegenheden, dramatische ondertoon zodat ik spontaan begon te trillen en te transpireren. Ik liet de pak koekjes vallen en luisterde verder zonder adem te halen. Er moest een catastrofe gebeurd zijn. Ik wist het zeker.

Het drama bleek voor mij persoonlijk nogal mee te vallen. Een niet nader te noemen familielid in de eerste lijn óf haar man was de autosleutel verloren. Wie van de twee bleef wat onduidelijk. Ze stonden, net terug van vakantie, nu bij de auto op een vliegveld ver van huis. Ze hadden alles afgezocht, maar alleen een huissleutel gevonden. Daar krijg je geen auto mee open, laat staan dat die daarmee te starten zou zijn.
‘Ik ga ze ophalen en naar huis brengen’, meldde mijn vrouw.
Ik wenste mijn vrouw succes met de bijna tweehonderd kilometer die ze voor de boeg had, raapte de pak mergpijpjes op en ging op zoek naar een slaatje, want ik zou nu zelf voor mijn eten moeten zorgen.

Drie kwartier later belde mijn vrouw me al. Véél eerder dan ik verwacht had. Weer vergat ik adem te halen.
‘Ik kom nu naar huis’, zei ze. Het klonk best wel opgetogen realiseerde ik me. Het kon van de zenuwen zijn natuurlijk.
‘Alles goed?’, vroeg ik verbouwereerd.
Toen viel de verbinding weg. De batterij van haar ruim tien jaar oude mobieltje wil het bijltje er wel eens spontaan bij neerleggen. Ik kon niets anders doen dan wachten. Een half uur later was ze thuis. ‘Opgelost.’, riep ze goedgemutst. Ik zuchtte eens diep.

Het niet nader te noemen familielid en haar wederhelft waren rondjes om de auto gaan lopen omdat ze het joekels koud hadden gekregen van het wachten. Het was in Nederland – in tegenstelling tot het land waar ze vandaan kwamen – geen weer voor korte broeken en shirtjes. De mannelijke helft zag, na zestien rondjes, dat de buitenspiegels van de auto niet ingeklapt waren.
‘Heel bijzonder’, had hij toen gezegd. ‘Ze draaien anders altijd naar binnen als ik de auto sluit.’
Zijn hand ging naar de klink en hij gaf een voorzichtig rukje. Het portier ging open en hij keek naar binnen. De autosleutel lag op de stoel.

Nog twee stukjes om te lezen: