De kunst van het poepen

Het valt niet mee om onze hond in het park legaal te laten poepen. Voor het deponeren van haar fecaliën heeft ze minimaal twintig meter afstand nodig want anders vertikt ze het. Als ze een fraai plekje ontdekt heeft, kijkt ze achterom om te beoordelen of ik ver genoeg verwijderd ben.

Ze loopt los want een riem van twintig meter heb ik niet. Dat maakt dat ik strafbaar ben omdat op onaangelijnd wandelen een fikse boete staat. Onze hond dartelt dus immer vrolijk vrij rond in het park. Ik ben nog nooit bekeurd. Ondanks die financiële meevaller voel ik me toch een halve crimineel.

Het niet opruimen van hondenpoep in plantsoenen, parken en grasveldjes staat bij mensen als ergernis met stip op nummer één. Ik stoor mezelf ook mateloos aan de baasjes die menen dat de uitwerpselen van hun honden overal kunnen blijven liggen. Gore smeerlappen vind ik het. De baasjes, niet de honden. Altijd heb ik vier poepzakjes paraat en ruim ik de dampende handel na het poepen netjes op.

Ruimde moet ik bekennen. De verleden tijd van ruimen. Er staat sinds kort een fraai gemaakt bord in het park. Daarop vliegen een paar getekende bijen rond de tekst ‘Sorry voor het lange gras en de bloemen, de bijen kunnen hier vrolijk zoemen’.
Het is een fraai stukje dichtwerk waar Joost van den Vondel jaloers op zou zijn geweest. De natuur zijn gang laten gaan, is prijzenswaardig. Ik vind het prachtig. Onze hond ook.

Ze zoekt nu steevast het langste gras uit om te poepen. Helemaal uit het zicht. Nog nooit is er preutser hond geweest dan die van ons. Ik focus me, sluip stilletjes naar haar toe met het poepbuiltje in de aanslag. Als ze overeind komt, vlieg ik in rechte lijn naar de plek des onheils. Ik krijg de drol meestal niet meer opgespoord. De laatste weken heb ik me naast een hele crimineel ook een smeerlap gevoeld.

Gelukkig heb ik een slimme hond. Sinds eergisteren ben ik haar het commando voor het ontlasten aan het leren. Ik hou d’r in het park aan de riem en leidt haar naar de strook waar het gras wel gemaaid is. Tijdens het gearticuleerd uitspreken van ‘poep, poep, poep’ zak ik door mijn hurken en kreun er goed hoorbaar bij. Ik denk dat de training snel zijn vruchten af gaat werpen want ze kijkt me buitengewoon leergierig aan.

Een buurtgenoot trof mijn vrouw in de supermarkt.
‘Gaat het wel goed met je man na zijn pensioen?”, vroeg ze. ‘Ik zag hem vanmorgen in het park en ik denk dat je je een beetje zorgen moet maken.’