Cursiefjes

Tegenwoordig heten ze columns en op internet ook vaak blogposts. Vroeger in de kranten waren het cursiefjes vanwege de schuin gedrukte letter. Simon Carmiggelt werd er (onder het pseudoniem Kronkel) in Het Parool vanaf 1946 het eerst bekend mee. Het waren voorvallen uit het dagelijkse leven. Ik hanteer de benaming cursiefjes voor mijn stukjes hier ook. Ik ben nog altijd fan van Carmiggelt en ik vind cursiefjes stiekem ook leuker klinken dan columns of blogposts.

Die kleine bespiegelingen van me vallen in de categorie waargebeurd verzonnen. Ze zijn altijd gebaseerd op iets dat voorgevallen is of dat precies zo voorgevallen had kunnen zijn als het nét wat anders was gelopen. Laten we zeggen dat het waarheidsgehalte ergens tussen de 38% en de 96% ligt. Het gemiddelde – dat heb ik met een oude rekenliniaal even uitgerekend – ligt net boven de 83%. Dat is al niet weinig voor iemand zoals ik met een maar moeilijk in te dammen fantasie. Een paar kleine verhaaltjes zijn pure verzinsels. Sommige 55 woordenverhalen zijn ook opgenomen in verhalenbundels.

In het menu zie je de zes rubrieken waarin ik mijn cursiefjes heb onderverdeeld. Die indeling is vanzelfsprekend zo arbitrair als wat. Elke woensdagavond kruip ik achter mijn computer. Net voor of net na middernacht druk ik op verzenden. Sporadisch wissel ik het cursiefje af met een boekrecensie. Schrijven en lezen: het zijn en blijven bijzonder aangename tijdsbestedingen.