Billy uit de buurt

Ik ben zo monogaam als een tortelduif zodat ik de mij onbekende vrouw zonder enige bedenking ons huis binnen liet.
Maar eigenlijk lag het meer aan Billy dan aan de knappe verschijning van de dame in kwestie.
“Hai”, was haar begroeting toen ik de voordeur open deed na het aanhoudende geluid van de deurbel.
Ik ben communicatief goed onderlegd zodat ik spontaan en ter zake doende reageerde.
“Hallo”, zei ik.
“Mag Billy even bij jullie blijven?”, vervolgde ze en wees naar de hond die enthousiast aan haar linkerdij likte.
Er ging geen spontaan of ander belletje rinkelen toen ik het mormel wat beter bekeek. Oké, hij leek dan wel als twee druppels water op de Basset Hound van inspecteur Columbo maar dat leek me nog geen reden om te voldoen aan dat verrassende verzoek.
Ze zag mijn vertwijfeling blijkbaar.
“Je kent Billy toch wel hè, want volgens Sylvia van de flat ginds gaan jullie altijd met Sjaan en Billy wandelen. Die mensen met die zwart-witte hond zei Sylvia nog. En jullie hebben er toch zo één?”
Ze maakte tijdens haar woordenvloed een vaag gebaar naar achteren waar, zo wist ik, inderdaad ergens een appartementencomplex lag.
“Ik denk dat ie weggelopen is”, ging ze verder, “ik weet niet precies waar Sjaan woont dus ik dacht dat jullie misschien…”
Billy tilde verveeld zijn rechterpoot op en besprenkelde het dichtstbijzijnde afrikaantje in de voortuin.
“Kom maar even binnen”, zei ik omdat ik zowel de dame als de hond uit het zicht van de buren wilde hebben. Ook beter voor de plantjes dacht ik.
In de woonkamer werd Billy uitbundig begroet door onze eigen hond.
“Zie je wel, ze kennen elkaar. Wat zei ik nou.”
Het begon me stilletjesaan te dagen.
Mijn vrouw en onze Collie gingen natuurlijk altijd met Sjaan en Billy aan de wandel. Logisch want ze kennen alle levende wezens uit de buurt terwijl ik zelf meer van het monnikensoort ben.
“Ik ben Doortje”, stelde ze zich zonder dralen voor, “je hebt me wel eens gezien.”
Nou nee, dacht ik.
“Mies, aangenaam”, zei ik.
Het werden toch onverwachts een paar gezellige uurtjes op de verloren zaterdagmiddag.
Doortje liet Billy achter toen ze na vier kopjes thee en twaalf klontjes suiker vertrok.
“Het komt allemaal goed, laat dat maar aan ons over”, riep ik haar vrolijk na.

Lees meer

Veertjes

Ze voelde zich in haar prachtige nest naast de schuurdeur al snel als een vis in het water. Merel keek me recht in het gezicht als ik voorzichtig langs kwam schuifelen.
‘Loop maar door hoor want ik vertrouw je wel’, leek ze daarmee te kennen te geven.
‘Keep up the good spirit’ sprak ik haar toe want Engels is de universele taal en wat ondersteuning kan elk levend wezen op zijn tijd wel gebruiken.

Lees meer

Merel en haar kinderen

Ik heb een nieuwe vriendin.
Merel heet ze.
Als ik denk dat ze ligt te slapen, ga ik even stilletjes bij d’r kijken.
Maar altijd hoort ze me en kijkt dan mijn kant op. Een beetje schuw lijkt het. Alsof ze nog niet zeker is van onze relatie.
Ik geef haar de tijd om aan me te wennen. Ik probeer voorzichtig met haar te zijn.
We kennen elkaar pas ruim een week. Ik was direct onder de indruk van haar schoonheid en verlegenheid. Het was haar keus om bij me in te trekken.
Hoewel ze een prachtig lijf heeft, is ze volgens mij niet één van de slimsten. Er was plaats genoeg maar ze koos een plekje dat weinig rust zou bieden.
In een hangende bloembak op ooghoogte precies naast de deur van de schuur. Op twintig centimeter van haar vandaan gaat de deur tientallen keren per dag open en dicht. Zo ziet ze fietsten, tuingereedschap en vuilnisbakken in en uit gaan.

Lees meer