Boomstammen en paardenpoep

Het spreekwoord gaat voor mij niet op. Ik stoot me al ruim veertig jaar pijnlijk aan dezelfde steen. Dit jaar was het een recordbrekende hittegolf als hoofdgerecht thuis en storm Francis als toetje op Texel. Elk jaar opnieuw maak ik de domme fout om in die rotmaand drie weken vakantie te nemen. Je zou denken dat ik, door schade en schande wijs geworden, onderhand iets slimmer zou zijn. Maar nee, ik blijf eigenwijs en hopen op betere tijden. Het is hopeloos met me gesteld. Augustus trok de deur grinnikend achter zich dicht en ik moest uitgeput weer aan het werk.

Ik liep in het bos op de mooiste dag van het jaar. September was een week gevorderd en witte wolkjes trokken in optocht door de blauwe lucht. De hei stond prachtig in bloei, de bladeren verschoten frivool van kleur en de eikeltjes zochten tuimelend de grond op. Honderden boomstammen vormden een grote stapel langs het pad. Ik liep erop af en staarde gefascineerd naar boven. Soms moet een mens gewoon even rustig kijken en genieten. Ook al zijn het maar boomstammen op een stapel.

Achter me hoorde ik iemand roepen. Ik keek om en zag dat er een wat oudere heer van zijn fiets gestapt was. ‘U moet niet op die boomstammen klimmen hoor’, gaf hij me angstig te kennen.
Hoewel ik geen idee had waarom hij vermoedde dat ik dat van plan was, vond ik een geruststelling wel op zijn plaats. ‘Ik zal over dik twee jaar de leeftijd hebben bereikt waarop ik eindelijk van mijn pensioen mag gaan genieten. Mijn lichaam is niet meer in staat om zonder kleerscheuren de top van deze indrukwekkende stapel te bereiken. Daarnaast ben ik ook een verstandig mens en hoegenaamd geen waaghals.’
De man knikte vriendelijk ten teken dat mijn uitleg kraakhelder was. Hij wenste me een fijne voortzetting van de wandeling en stapte weer op zijn fiets.

Ik ademde diep in door mijn neus. Er kwam een hoop frisse boslucht binnen, maar ik rook ook iets dat minder aangenaam was. Ik richtte mijn blik naar beneden en ontdekte dat mijn linkerschoen een fraaie afdruk had gemaakt in een niet te zuinige paardenhoop. Op deze mooiste dag van het jaar kon zelfs een dampende schoen mijn humeur niet verpesten. Ik besloot, om mijn goede zin nog verder op te krikken, dat ik nooit nog een vakantiedag in augustus op zou nemen. Beter laat dan nooit tot inkeer gekomen. Voor mij geen hittegolven, stormen en omgewaaide bomen meer. Ik kies voortaan voor witte wolkjes, blauwe luchten, gestapelde boomstammen en verse paardenpoep.

Om nog een stukje te lezen :

reis

Reis naar het einde van de wereld

Een lange reis onderneem ik altijd met gecamoufleerde tegenzin. Hoewel ik elke dag naar mijn werk fiets, ben ik op reisgebied toch meer van de ...
Een poepie laten ruiken

Een poepie laten ruiken

Hij scheet pontificaal op het gras. Of misschien was het wel een zij. Dat kan ik bij honden van bovenaf nooit zien. Het bazinnetje knikte ...

14 gedachten over “Boomstammen en paardenpoep”

  1. Doe het niet…. je zult zien dat na al die slechte ervaringen met vakantie in augustus volgend jaar de maand augustus zich eindelijk van zijn beste kant laat zien terwijl jij in de septemberstormen vakantie houdt.

    Beantwoorden

Reageren? Graag!