Fietsstuur

Als ik met mijn fietsbel bel

Ze zijn weer tevoorschijn gekomen. Eerder dan de muggen dit jaar. Glimmend gepoetst en waar nodig van laagjes smeer en olie voorzien, zwermen ze uit. Meestal in groepjes van vijftien tot twintig. Supersonische snelheidsduivels zijn het. Mijn fiets haalt met moeite de achttien kilometer maar deze tweewielers komen met het grootste gemak tot de dubbele snelheid. Als ze me voorbij razen, zie ik nooit kans om vast te stellen of er écht geen bellen op die sturen zitten.
In plaats van een beschaafd ring-ring hoor ik meestal een onverstaanbare strijdkreet van de voorste toerfietser die aangeeft dat ik gruwelijk in de weg rij. Ik vermoed dat die uiting van ongeduld een verkorte versie is van ‘wilt u zo vriendelijk zijn om even aan de kant te gaan want we zouden er graag met zestien man langs willen. U heeft nog geluk dat Sjef niet mee kon vanwege zijn steenpuist want anders waren het er zeventien geweest’.

Ik gun iedereen zijn plezier en ik snap als geen ander hoe heerlijk het is om met een groepje gelijkgestemden sportief bezig te zijn in de buitenlucht. Toch vraag ik me elke keer af of gewoon kalmpjes de fietsbel beroeren als je wilt passeren te veel gevraagd is. Waarschijnlijk zouden de sportievelingen dat met alle plezier doen maar ontbreekt de mogelijkheid omdat er simpelweg geen bel voorhanden is. Een bewijs voor deze aanname ontbrak. Tot vandaag.
Ze kwamen me tegemoet. Van twee kanten moesten we via een slingerend fietssluisje de drukke weg over. Net voor de sportieve renners fietste een dame die in paniek haar fiets in het sluisje dwars zette toen een harde kreet om uit de weg te gaan haar oren binnendrong. Op die manoeuvre was vermoedelijk niet gerekend zodat de dame, zestien toerfietsers – Sjef was er zoals gezegd niet bij – en ik een innige ontmoeting hadden. Eindelijk had ik nu tijd om de sturen aan een grondig onderzoek te onderwerpen. Zoals ik altijd vermoed had, was er geen fietsbel te bekennen.
Het ontbreken ervan moet een esthetische reden hebben. Zo’n lullig belletje doet natuurlijk afbreuk aan de pracht van de racefiets. Op een Porsche plaats je per slot van rekening ook geen imperiaal. Ik snap het helemaal.

Vorig jaar stapte ik bij de plaatselijke fietshandel binnen met de vraag of er een robuuste fiets aanbevolen kon worden voor de wat oudere man die zijn jeugd achter zich aan het laten was. Dat kon. Drie dagen later haalde ik de stoere fiets op, reed goedgemutst op huis aan en merkte na twee kilometer dat er geen fietsbel op gemonteerd zat. Ik vloog terug naar de winkel en deed mijn beklag over dit staaltje amateurisme. De hand van de eigenaar van de fietswinkel ging behendig naar mijn stuur. Hij draaide ergens aan en er klonk een vrolijk en helder ring-ring.
Ik liep rood aan. Nog nooit had ik een ingebouwde fietsbel gezien. Zeer onopvallend zat die weggemoffeld tussen het handvat en de rem.
Deze bijzondere ontdekking wil ik graag met de toerfietsers delen. Je ziet zo’n bel absoluut niet zitten en dat ring-ring klinkt echt veel relaxter dan die oerkreet waar je haren – indien aanwezig – steil van op je hoofd gaan staan.

Om verder te lezen

22 gedachten over “Als ik met mijn fietsbel bel”

  1. Oh dit is best herkenbaar. Ik rijd op een mooie fiets die makkelijk 25 kilometer per uur kan halen. Echter, dit is nooit genoeg bij dat soort snelheidsduivels. Echter ik bel ook niet altijd als ik inhaal. Soms zie ik bejaarden zo in zich zelf gekeerd op de weg fietsen, dat ik bang ben dat als ik bel ze juist schrikken. Ik denk dat net als met auto rijden iedereen een beetje rekening met elkaar moet houden op de fiets.

  2. Ik las laatst in de krant de reactie van een toerfietser die aan de ene kant de ergernis begreep maar ook iets uit wilde leggen. Die kreet van de voorste fietser is niet bedoeld om de in de weg fietsende medefietspadgebruiker aan de kant te schreeuwen, maar voor de fietsers achter hem. Die kunnen namelijk niet goed zien wat er voor hen gebeurt, of er bv andere fietsers rijden, of dat er paaltjes staan.
    Ze hebben een bepaalde code, een korte kreet, om de anderen te laten weten wát er precies aan de hand is (ik geloof dat ze ‘Vóór!’ schreeuwen bij het zien van andere fietsers, maar daar kan ik naast zitten hoor, ik heb dat artikeltje niet meer paraat). Om te voorkomen dat er even later een kluwen wielrenners op de weg ligt dus. Fietsen in een peloton is best gevaarlijk anders.
    Bellen kan ook maar dan weten de achterliggers niet hoe of wat.
    Maar het komt op de gewone fietsert natuurlijk heel anders over.

    (Ik kwam hier terecht via Kliefjes blog en kon het niet laten even te reageren :))

    1. Dat klinkt op zich wel plausibel. Logisch voor de groep fietsers maar onbegrijpbaar voor diegenen die ingehaald moeten worden. Het is in zijn algemeenheid best een probleem waar de toerfietsers ook wel mee zullen zitten. Het verzoek om bredere fietspaden hoor je ook wel. Maar ja, er zijn grenzen natuurlijk. Een roep naar achteren en een belletje naar voren dan maar? Ik weet het ook niet hoor. Maar dat het vanwege de populariteit van deze sportbeoefening niet altijd even soepel loopt, weet ik inmiddels wel.

Reageren? Graag!