Boeken

Als de nood het hoogst is

Mijn vrouw en ik stapten op haar verzoek maar weer eens de boekhandel binnen. Ik bleef midden in de gangpaden lopen zodat ik niet in de verleiding kwam iets beet te pakken waar letters in stonden. Ik was thuis al jaren aan het sjouwen en schuiven geweest, maar de mogelijkheden waren finaal uitgeput. Ik moest vol op de rem; er was geen andere optie.
‘Wil je vandaag geen boek?’, vroeg mijn vrouw na twintig minuten toen ze ontdekte dat ik beide handen nog vrij had.
‘Nee, het is definitief over en uit. Gedaan met de aanschaf van leesvoer. Ik koop geen boeken meer tot het einde der tijden en zelfs daarna een paar jaar niet meer.’
Mijn bibliotheekje op de bovenverdieping was tot de nok toe gevuld. Elk beschikbaar stukje ruimte was bezet. Ik was overgegaan tot het verticaal leggen van tientallen exemplaren, maar ook met die noodgreep was het plafond snel bereikt geweest. Als ik al mijn boeken voor mijn honderdste gelezen wilde hebben dan moest ik het horizontaal doorbrengen van de nachten uit mijn lijstje van favoriete bezigheden schrappen. Ik kon van die enge gedachte regelmatig wakker van liggen. Het dichtslibben van mijn boekenuniversum noopte me tot het definitief afzweren van mijn decennialange koopverslaving.

Er stond een etentje met collega’s op het programma. In de stad moest ik een uur zien te overbruggen voordat het voorgerecht door mijn knorrende maag opgevangen zou worden. Op de automatische piloot raakte ik verzeild in een andere boekhandel. Het meesterwerk “Slachthuis vijf” van Kurt Vonnegut stond daar ineens op drie centimeter afstand van mijn neus. Heel vroeger had ik het gelezen, maar het had nooit een plaats in mijn biebje weten te bemachtigen. Renate Dorrestein had het in haar laatste, indringende boek “Dagelijks werk” als haar favoriete boek bestempeld. Ik wendde mijn blik af. Drie keer liep ik de boekhandel uit, maar de drang bleek te sterk. Eén keer te vaak liep ik weer naar binnen.

Thuisgekomen van het diner sjokte ik met mijn nieuwste aanwinst wat beschaamd mijn boekenkamer in. Ik keek onrustig rond maar er was nergens een plekje te vinden. Een beetje boekenverslaafde is niet voor één gat te vangen en ik dacht – zeer tegen mijn natuur in – eens een keer goed na.
‘Jongen, je bent geniaal’, gaf ik mezelf na enkele minuten een dik verdiend compliment. Mijn oplossing was dan ook van een ongekende vindingrijkheid.
Ik zocht twee boekensteunen en plaatste die op het tafeltje voor de leesstoelen. Ik nam zesentwintig boeken, die ik het komende half jaar wilde gaan lezen, uit verschillende kasten en plaatste ze tussen de staanders. Het zag er professioneel uit en het was meteen ook een prima geheugensteun voor de vele weken die zouden volgen. Ik hoefde niet meer na te denken over welk boek ik zou gaan lezen. Ik kon ze lekker voor de voet wegpakken. In mijn boekenkasten was weer plaats. De talrijke openingen die ik ontwaarde, zorgden voor een warme gloed vanbinnen en een blosje op mijn wangen.

Ik zette de wekker en stond in alle vroegte weer in de boekhandel. “Zomervacht” van Jaap Robben ligt nu thuis verstopt. Het is een cadeautje voor mijn vrouw. Als ze dit stukje van me leest, krijgt ze het. De grens tussen genialiteit en waanzin is bij mij dunner dan een plakje jonge kaas.

31 gedachten over “Als de nood het hoogst is”

Reageren? Graag!